Inhoud

INHOUD

Eerst wordt een goede basis gelegd met de module Operationele Veiligheidskunde voor de Bouw (module 1), klik hier voor opzet dagindeling. Deze module wordt afgesloten met een schriftelijk examen.

BEDRIJFSOPDRACHTEN

Tijdens module 1 voer je twee bedrijfsopdrachten uit:

  • Bedrijfsopdracht 1: Arbozorg en organisatie
  • Bedrijfsopdracht 2: Arbeidsmiddelen

Het is van belang te melden dat de opleiding OVK strak begeleid wordt bij het maken van de bedrijfsopdrachten (bedrijfsopdracht 1 over Arbozorg en organisatie, en bedrijfsopdracht 2 over arbeidsmiddelen). Voor een bedrijfsopdracht heeft de kandidaat gemiddeld drie weken de tijd.

Er wordt gestart met de eerste bedrijfsopdracht na opleidingsdag 1. Vervolgens wordt tijdens opleidingsdag 3 aandacht besteed aan bedrijfsopdracht 2. In de tussentijd wordt bedrijfsopdracht 1 nagekeken en beoordeeld, zodat het resultaat hiervan meegenomen kan worden bij het samenstellen van bedrijfsopdracht 2.

logo-ovk

SKO-HOBÉON

De opleiding OVK bouw bestaat dus uit vijf trainingsdagen. Iedere cursusdag bestaat uit 2 dagdelen. De opleiding heeft twee bedrijfsopdrachten en wordt afgesloten met een OVK examen bestaande uit 50 multiple choice vragen. De opleiding OVK is SKO-Hobéon geregistreerd en het schriftelijk examen wordt ook afgenomen door SKO-Hobéon.

SKO_Hobeon

Het diploma Operationeel Veiligheidskundige (OVK) is te behalen na deze vijf cursusdagen, uiteraard na ook het met een voldoende afsluiten van de twee bedrijfsopdrachten. De cursisten dienen te beschikken of halen tegelijkertijd op de examendag van het OVK het VCA-VOL diploma of VIL-VCU.

UITGANGSPUNT VAN DE CURSUSDAGEN EN DE OPLEIDING

Uitgangspunt is ervaringsgericht leren.

  • Voorafgaande aan de cursusdagen bestudeert de cursist de theorie en voert één of meerdere verwerkingsopdrachten uit gericht op het verwerken van theorie en het ontwikkelen van inzichtaspecten. Vooraf wordt ook een voorbereidingsopdracht uitgevoerd die aansluit op verworven kennis en inzicht en gericht is op de eigen praktijken bedrijfssituatie die niet ingeleverd behoeft te worden maar wel input/uitgangspunt is voor de cursusdag;
  • Tijdens de cursusdagen worden (sub)groepsopdrachten uitgevoerd gericht op inzicht en vaardigheid: op interactieve wijze toepassen van theorie, inzicht hebben in de praktijksituatie en bevorderen van de juiste beroepshouding;
  • Bedrijfsopdrachten na elke module zijn gericht op concrete bedrijfssituaties in de bouw. De cursist toont aan over theoretische kennis te beschikken, heeft inzichten verworven en is in staat een en ander in de beroepspraktijk toe te passen;
  • De eindscriptie (onderzoek, rapportage, presentatie en verdediging) is de eindproeve van bekwaamheid.